Burgemeester Jurgen van Houdt biedt excuses aan.“ Aan onze Joodse burgers voor het feit dat we er toen niet waren. Dat had nooit mogen en nooit moeten gebeuren.” In totaal zijn er acht Stolpersteine gelegd. Voor Sara Cohen, Dientje Samuël-de Leeuw, Barend en Hendrina Spanjar, Izak en Esther Vomberg, Rudolf de Haas en verzetsstrijder Jan Gerritsen.

“Ook als overheid zullen we lessen moeten trekken uit het verleden. Laat deze stenen ons helpen herinneren.” Burgemeester Jurgen van Houdt bood, voorafgaand een het leggen van Stolpersteine in het centrum van Rijssen, namens de gemeente Rijssen-Holten excuses aan. “Aan onze Joodse burgers voor het feit dat we er toen niet waren. Dat had nooit mogen en nooit moeten gebeuren.” “Afgelopen jaar is het onderzoek ‘Joodse burgers in Rijssen-Holten: onteigening en rechtsherstel’ gepubliceerd. Dat onderzoek heeft helder aangetoond hoe onze gemeenten destijds steken hebben laten vallen.

Joodse inwoners werden aangegeven en hun bezittingen werden hen afgenomen. Wie nog terugkeerde vond geen steun, geen herstel, geen rechtvaardigheid bij ons gemeentebestuur. Dat besef doet pijn. Stemt ons nederig. En het verplicht ons”, aldus Van Houdt vrijdag 2 mei in ’t Brodshoes, waar belangstellenden zich verzameld hadden.

Voorzitter Arnold te Wierik heette voorafgaand aan de speech van de burgemeester de aanwezigen van harte welkom, met name burgermeester Jurgen van Houdt, rabbijn Clary Rooda, bestuur Comité Herdenkingen en de scouting Oosterhout -Nieuw Begin. Jeugdleden van de scouting gaven deze vrijdagmorgen de stenen aan, legden de rozen en lazen gedichten. Eerder dit jaar zorgde de scouting voor glanzend gepoetste Stolpersteine op plekken waar deze al gelegd waren.

Er werden op 2 mei voor meerdere huizen stenen gelegd. Bestuurslid Frans Nawijn vertelde op elke plek iets over de vermoorde Rijssenaren. Over koopvrouw Sarah Cohen uit de Bouwstraat. Over Dientje Samuël-de Leeuw, over vrachtrijder Barend Spanjar en zijn dochter Hendrina, over kunstverzamelaar Izak Vomberg en zijn dochter Esther, allemaal wonend aan de Rozengaarde, en over huisarts Rudolf de Haas aan de Grotestraat. Ze werden vermoord in Westerbork, Auschwitz, Mauthausen en Sobibor.

Ook werd er een steen gelegd voor verzetsstrijder Jan Gerritsen behoorde bij de eersten die verzet pleegden in de Tweede Wereldoorlog. Hij werd opgeroepen tot militaire dienst en vocht in mei 1940 op de Grebbeberg. Daar begon al het verzet van Jan Gerritsen. Op de Grebbeberg verborg hij wapens en andere materialen die hij later zou overbrengen naar de omgeving van Rijssen. Maar eerst werd hij, samen met alle Nederlandse militairen op de Grebbeberg, als krijgsgevangene naar Duitsland gevoerd. Na zijn vrijlating uit krijgsgevangenschap werd Gerritsen actief in het verzet. De groep werd verraden en op 28 april 1941 werd Jan gearresteerd en gevangen gezet in cel 565 van het ‘Oranjehotel’, de strafgevangenis in Scheveningen. In maart 1943 werd Jan overgebracht naar het concentratiekamp Neuengamme. Daar behoorde hij bij de ‘Nacht und Nebel’ politieke gevangenen: geen bezoek, geen post, niet meer identificeerbaar als persoon, mensen die de Duitsers in Nebel wilden laten verdwijnen. Jan overleed in januari 1944 in dit kamp.

Gedicht De Regge

‘t Broene water streumn gesteudig vedan;
nee, de Regge trekt zik noarns wat vanan.
De oale brugge weurdn in puun ebloazen,
doew ’n oorlog hier vuurbiej keum roazen.

De Regge steunk en veulle leu warn oarm,
de kòln warn op, zee hadn ‘t neet woarm.
k Roeke nog de loch van de Regge en tùrf,
mear d’r warn ook leu met gleujnigen dùrf.

De oondergroonsen brachen ’t vezet gangs.
Dee leu betaaln dàt met eur leawn mangs.
Ook oonderduukers, het was vol van gevoar.
Wat zorgn dee leu doew good vuur mekoar.

De Jùdn steun op ’n liesje en mossen vot;
de meestn wùrn vermoord, ear truurig lot.
En dan, ‘t gebuurn, doar op ’n HuInwal.
Ne bomme, steal oet de loch: truurig geval.

‘t Reggewater wùrdn gesteudig oart helder
en zoo kum ook Riessen wier oet ’n kealder.
Ze treùkn van Drees, de oaln van daagn
en ook aandrn harn meender te klaagn.

De vedeensten treùkn heanegan oart biej
en op zoaterdagnvuumdag kreegn ze vriej.
Biej ‘t nieje zwembad gungn de poortn lùs
en in ’n Mors kùm geduurig meender grùs.

Febriekn kùmn as padnsteule oet de groond
en ook de leu wùrdn umwiel mear gezoond.
’t Leanfert en ook Plan Zuid grèujn as kool,
Reggeborgh wùrdn Riessens ‘Quote-idool’…

Het Reggewater, no’w joarne vearder zeent,
steenkt gelukkig neet mear ‘n uur in de weend.
Iej zoln dr hoaste dwars duurhen kùnn kiekn,
kristalhealder water, ’t begeent d’r op te liekn.

’n Oorlog is non awier tachtig joar vuurbiej
en vieleu zeent a tachtig lange joarne vriej.
De meesen van oons hebt ‘t gleujnig good,
mear bedeankt oe wal, waj doar met doot.

In ’n oorlog hebt heel veulle leu ofrs ebrach;
gewoon oawerdag en mangs ook in de nach.
Daw vriej zeent dàt is neet vanzelf ekeumn:
dee ofrs hebt heel veulle leawns eneumn.

En klaangn dàt doow allemoal toch wal ees,
mear bedeankt oe: ’t is neet aalVed fees.
Viej hebt ’t zoo veulle bàtr, joa bàtr as ooit.
Klaangn dàt maj, mear hellig wordn nooit!

D’r is vedaage a mear as tachtig joar vuurbiej;
mear toch, rechtevoort, mangs bangt ’t miej.
Viej meann det zóowat neet mear gebuurn zol,
mear ook vedaage stoat alle kraantn wier vol!

Healder water streumt nog gesteudig vedan,
dee oale Regge trekt zik noarns wat vanan.
Doot as de Regge, leawt gléensternt vedan,
mear deankt, of en too, ees trugge, a’t kan!

Jan Onymous

(skriewersnaam van Jan Poortman)