Op 02 maart 2022 hebben wij de families Spanjar en De Lange herenigd en ’thuis’ gebracht. Het was een zeer indrukwekkende bijeenkomst. Wat een drukte in de anders zo rustige Elsenerstraat. Een weg die eigenlijk best Ies de Langestraat zou mogen heten. Naar wellicht de bekendste bewoner van de straat, de in 1995 overleden oud-middenstander van Joodse oorsprong.
De stenen werden gelegd voor Levie Spanjar (85 jaar), Heiltje Spanjar-Cohen (72 jaar), Joshua Spanjar (37 jaar), Aaltje Spanjar (32 jaar), Lea de Lange-Spanjar (32 jaar), Eva de Lange (7 jaar), Levie de Lange (4 jaar), Heiltje de Lange (2 jaar) en Aron de Lange (6 maanden). Alle negen woonden tot het moment dat ze op transport werden gezet aan de Elsenerstraat 72. Ze werden allen in 1943 door de nazi’s vermoord. Ies de Lange, man van Lea de Lange-Spanjar, vader van hun vier kinderen, overleefde de verschrikkingen en kwam na een lange omzwerving uiteindelijk terug in Rijssen, om daar te ontdekken dat zijn hele familie was uitgeroeid. Ies de Lange trouwt jaren later met Dina Jansen en uit dat huwelijk wordt Eva de Lange geboren. Tijdens de ceremonie vertelt Eva de Lange, dochter van Ies, wat het leggen van deze Stolpersteine voor haar betekent.
Leerlingen van de Beatrixschool zijn eveneens betrokken bij deze plechtigheid. Zij leggen bij elke steen een witte roos en door één van de leerlingen wordt een gedicht voorgedragen. Ook de internationaal bekende zangeres Shura Lipovsky, de ‘Grande Dame van het Jiddische lied’, verleent haar medewerking.
Nadat de stenen gelegd zijn en de ceremonie is afgesloten kan iedereen langs de Stolpersteine lopen en eventueel een bloem of, naar Joods gebruik, een klein steentje leggen.










Speech Eva de Lange
Welkom allemaal. Goedemiddag, wat fijn dat u met zovelen aanwezig wilt zijn bij deze voor mij zo bijzondere gebeurtenis.
Het is vreemd om hier te staan als lid van een familie die in de Tweede Wereldoorlog grotendeels is vermoord. Mijn vader Ies de Lange overleefde de oorlog als een van de weinigen van zíjn familie. Zijn vrouw Lea Spanjar en hun vier kinderen hebben het niet overleefd. Na de oorlog hertrouwde mijn vader met mijn moeder Dina Jansen en ik ben hun enig kind.
Het is vreemd om voor mijn geboortehuis te staan, het huis van de familie Spanjar waar mijn vader, toen hij was getrouwd met hun dochter Lea, ook heeft gewoond.
Het is vreemd om 77 jaar na de oorlog dit verhaal met jullie allemaal te delen. Ik leef mijn hele leven al met degenen die er niet meer zijn en die wij vandaag zichtbaar voor iedereen eren en herdenken. Om dat wat eerst vooral privé was nu in het openbaar, zelfs op straat, te laten zien.
Het voelt vreemd om vernoemd te zijn naar mijn vermoorde halfzusje Eva, dat was vernoemd naar onze oma (Eva de Lange-Cohen), maar ik ben ook trots dat ik hun naam mag voortdragen.
Wie zijn de mensen voor wie wij hier op de Elsenerstraat 72 de negen Stolpersteine leggen? Wij leggen ze voor diegenen van de familie die in 1943 op dit adres woonden.
Levie en Heiltje Spanjar-Cohen, de schoonouders van mijn vader, hadden toen hier een kleine manufacturenzaak. Levie Spanjar werd geboren in 1859 in Rijssen en zijn vrouw Heiltje Cohen kwam uit Almelo. Zij trouwden op 10 september 1895 en kregen acht kinderen, vijf dochters en drie zonen: Sophia, Jacob, Jetje, David, Josua, Debora, Lea en Rebekka.
Levie ging met textiel de boer op en zat ook in de veehandel met enkele van zijn zonen. Ze noemden hem de Mondagsjurre want hij ging op maandag met jong vee naar de markt. Niemand van het gezin heeft de oorlog overleefd.
Een deel van de familie woonde in 1943 op de Elsenerstraat. Dat waren (en voor hen leggen we de Stolpersteine): Levie en Heiltje Spanjar vermoord in Sobibor. Zij waren 85 en 72 jaar oud. Hun zoon Josua en zijn vrouw Aaltje Pels. Zij zijn beiden vermoord in Auschwitz. Zij waren 37 en 32 jaar oud. Lea de Lange-Spanjar, (de vrouw van mijn vader) en hun vier kinderen: Eva, Levie, Heiltje en Aron. Zij werden vanuit Vught naar Westerbork en van daaruit op 8 juni 1943 naar Sobibor (Polen) op transport gesteld. Ies, mijn vader was daar niet bij en zat op dat moment in kamp Amersfoort.
Dat transport naar Sobibor vanuit Westerbork was het beruchte kindertransport. Met meer dan 3000 personen (kinderen vaak met een of twee ouders) verdeeld over 46 goederenwagons, was dit het grootste transport van Joden uit Nederland. 613 mannen, 1350 vrouwen, 1051 kinderen tot en met 16 jaar waaronder 119 kleuters, 123 peuters en 55 baby’s. Na aankomst in Sobibor op 11 juni werden ouders en kinderen vrijwel meteen vergast.
Onder hen Lea en haar kinderen. Lea was 32 jaar, Eva 7 jaar, Levie was 4 jaar, Heiltje was 2 jaar en Aron was 6 maanden.
Het is 1945, de oorlog is voorbij, de vlag hangt uit, de mensen vieren de bevrijding maar voor het handjevol Joden dat terugkeerde uit de kampen en de onderduik onder wie mijn vader viel er niets te vieren. Zijn gezin en familieleden waren vermoord, in zijn huis woonde een andere familie en geen mens die begreep wat hij had meegemaakt.
In Birkenau is hij bevrijd door de Russen en na een barre tocht is hij in een ziekenhuis in Odessa beland en daarna via Marseille en Lyon naar Nederland gegaan. Begin juni 1945 kwam hij in Rijssen aan en woonde op kamers bij de familie Wesseling in de van de Broekestraat tot hij weer in zijn eigen huis (dit huis) kon. Hij raakte bevriend met Marinus Jansen die aan de overkant woonde en vond een liefdevol thuis bij de ouders van Marinus, zijn broer Henk en zus Dina. Mijn vader trouwde een paar jaar later met Dina. Al snel belandde hij twee en een half jaar lang in bed, mijn box stond ernaast en we zongen samen de sterren van de hemel. Hij lag in een gipskorset vanwege opgelopen TBC in het concentratiekamp. Ondanks dit alles bouwden mijn ouders samen een succesvolle manufacturenzaak in dit pand op, was mijn vader voorzitter van de middenstandsvereniging en organiseerde hij vanuit zijn bed de eerste Rijlito, de middenstandstentoonstelling. Dit zegt wel iets over zijn moed en overlevingskracht. Mijn vaders eerste gezin was altijd stilzwijgend aanwezig in het onze. Mijn moeder heeft ook iets onvoorstelbaars gedaan door te trouwen met een man met een onwaarschijnlijk zware geschiedenis. Ik vind het jammer dat zij hier niet meer bij aanwezig kan zijn.
Ik heb geprobeerd mijn vaders verhaal te achterhalen. Ik ben in Birkenau en Sobibor geweest, en heb zelfs in Odessa het ziekenhuis gevonden en bezocht waar hij heeft gelegen. Ik heb de haven gezien van waaruit hij is vertrokken naar Marseille. Zijn verhaal was voor mij te groot en te schrijnend om er iets over te vragen en voor hem te pijnlijk om erover te praten. Interviews over dit onderwerp hield hij af en zijn op een hand te tellen maar voor kinderen die een werkstuk over de Tweede Wereldoorlog wilde maken stond hij altijd klaar.
Ik ben blij dat er nu ook kinderen zijn. Het moet niet makkelijk voor jullie zijn om zo stil te moeten staan en naar mijn verhaal te luisteren. Maar jullie staan hier niet zomaar. Jullie zijn hier om mijn familie te gedenken en mij de Stolpersteine aan te reiken.
Door de jaren heen zijn er gelukkig Rijssenaren geweest die de herinnering aan hun joodse medeburgers levend hebben gehouden. Voor mij is dat een troost en het leggen van deze Stolpersteine is ook een teken dat we in deze tijd waarin er zoveel opkomend anti-semitisme is (en dan zwijg ik nog maar over alle andere vreselijke dingen), waakzaam moeten blijven. Om te leven en onrecht te bestrijden is moed en kracht nodig, net zoals mijn vader dat heeft getoond door verder te durven leven.
Ik hoop dat jullie deze traditie van herdenken willen voortzetten. Want alleen zeggen dat zoiets niet meer mag gebeuren is niet voldoende. Wij hebben iedereen gevraagd om hun bloemen te leggen op de plek van de voormalige synagoge hier aan de overkant. Aan jullie, kinderen, hebben we gevraagd, om een roos bij een Stolperstein te leggen. Dat is niets voor niets want jullie zijn belangrijk voor nu en voor de toekomst.
Het huis waar voor nu de Stolpersteine worden gelegd, werd gebouwd door mijn overgrootvader Jansen, de opa van mijn moeder. Nu woont er een jong stel met twee kinderen, met ook de naam Jansen, en zij kennen de geschiedenis van het pand.
De familie die in dit huis woonde en zo’n tragische geschiedenis met zich meedraagt, was een warme familie en ik hoop dat jullie, als huidige bewoners, er een goed leven zullen hebben. We zullen degenen die zijn vermoord niet vergeten, de Stolpersteine helpen hierbij en we zullen voortgaan om een betere wereld te maken.
Eva de Lange
Gedicht
Steen
er ligt een steen
een struikelsteen
voor jouw oude deur
niet iedereen
ziet hem, maar
hij ligt daar
stevig
een stille steen
met een ster
en soms
staat iemand
even stil
een stem zwijgt
de steen zegt
dat je hier woonde
leefde
liefhad
hoorde
en op een dag verdween
in het tweeduister
een spoor
naar het oosten
je kwam niet terug
maar een kind
noemt vandaag
jouw naam
